Puur Zijn Nu Digitaal tijdschrift met een natuurlijke visie op gezond leven en bewust zijn. Bio/Eko Logisch
 Contact  Promotie Inhoud van deze editie Advertentie tarieven Advertentie pagina Colofon Disclaimer Wie zijn wij © 2007-2011 Puur Zijn Nu


 
 

Vruchtwisseling                                                                                        Ton Jansen

Het maken van een goed vruchtwisselingplan is de basis voor een goed functionerende ecologische tuin. Je houdt er rekening mee dat planten van dezelfde familie niet jaar op jaar op dezelfde plaats worden gezet en je bemest de planten naar behoefte. De volgorde van jaarlijkse beplanting is belangrijk. Sommige groenten als aardappels en kool hebben bijzondere aandacht nodig, zeker qua vruchtwisseling.

Wanneer je bijvoorbeeld enkele jaren op dezelfde plaats kool zou zaaien, dan krijgen de koolplanten gegarandeerd last van knolvoet. Dit is een schimmelziekte (Plasmodiophora brassicae) die zich vestigt in de wortel van de kool. De schimmel vormt een verdikking, waardoor de functie van de wortel wordt uitgeschakeld. Het gevolg is slaphangende bladeren bij de geringste zonneschijn op de bladeren van de kool. Dit valt meteen op, want de nog gezonde soortgenoten hebben dit niet.

Een stuk grond met deze schimmelziekte kun je bestrijden door er planten op te zetten die niet tot deze familie (kruisbloemachtige) behoren, en dus ongevoelig voor de schimmel. De kruisbloemige planten kun je overigens direct herkennen doordat de bloemblaadjes altijd twee aan twee kruiselings tegenover elkaar staan, dus altijd vier bloemblaadjes. Een andere verklaring voor de naam kruisbloemig is dat deze soort heel gemakkelijk met elkaar kruist. Leuk om zelf eens uit te proberen is door met een kwastje handmatig een rode kool met een boerenkool te kruisen.

Een soort die niet tot deze familie behoort en goed in het vruchtwisselingschema past is de boon.
Na zes jaar is de schimmel op die plek niet meer actief en kun je gerust weer kruisbloemige soorten zaaien. Je zou denken dat als je zes jaar koolplanten niet op dezelfde grond zet, je verantwoord ecologisch tuiniert. Zo simpel is het niet. De koolplant soort heeft familie die niet direct als kool herkenbaar is, bijvoorbeeld de groenbemester mosterdzaad. Deze plant kan, gezaaid op dezelfde plaats waar de kool heeft gestaan, ook de knolvoet schimmel in de grond brengen. Bij de composieten is dit familieonderscheid nog moeilijker te maken. Sla, schorseneer, andijvie en witloof behoren tot de composieten.


Het is belangrijk te letten op de mestbehoefte van de planten die elkaar jaar op jaar opvolgen.
Algemeen kun je aannemen dat planten met veel blad, de zogenaamde bladachtige, veel mestbehoefte hebben. De knolgewassen hebben veel minder mest nodig. Nog minder mestbehoefte hebben bonen en witloof.
Opvolging van groenten op eenzelfde plaats in je tuin kan het beste in de volgorde sla en wortels in het eerste en tweede jaar. Het derde jaar courgette en daarna aardappels. Het vijfde jaar zet je er kool, het zesde jaar peulvruchten. Op deze manier wissel je voldoende af en is kans op ziekte klein. Er is bekend dat sommige planten elkaar gunstig beïnvloeden. Ui en prei combineren met wortel en koriander of kool met sla.
Aardappelen zijn een groente apart. Deze soort behoort tot de nachtschade. Met deze plantsoort mag je echt niet zondigen; je wordt meteen gestraft met de bekende aardappelziekte.

Een voorbeeld waar al deze aspecten in verweven zitten Perceel 1

Het eerste jaar bemest je dit perceel met compost   en wordt een
bladgroente gezaaid, bijvoorbeeld sla. Het tweede jaar zaai je wortels, die niet bemest hoeven te worden. Het derde jaar is de courgette aan de beurt, maar augurken of komkommer mag ook. Het perceel wordt licht bemest. Zet je het jaar daarop aardappels, dan is bemesting niet nodig. Een jaar later plant je kolen met een lichte bemesting, en het laatste jaar zet je er erwten op, die geen bemesting nodig hebben.

Veel succes met de vruchtwisseling in je moestuin.