Nog niet zo lang geleden had ook Nederland nog een divers landschap, met veel kleine akkertjes met tussendoor houtwallen, vennen en stukjes bos. De gewassen waren zeer divers. Niet alleen werden er allerlei soorten granen verbouwd, zoals boekweit, rogge, gerst en haver. Binnen die soorten bestond een enorme variatie. Op de Veluwe bestond rogge die plat op de grond groeide, wat minder last gaf van reëenvraat. Tarwe in kuststreken rijpte laat af, wat vissers tijd gaf voor de visvangst. In het samenspel van mens en natuur ontstonden unieke rassen, speciaal aangepast aan de omstandigheden. De diversiteit en regionale variatie waren enorm. Alleen in Duitsland waren al 9000 tarwesoorten. Deze zadenvariatie wordt met uitsterven bedreigd. Wat er over is ligt opgeslagen in genenbanken. De grote zaadveredelaars beseffen heel goed de waarde van deze collecties. Door de eenzijdigheid wordt de genetische basis van moderne rassen heel smal (inteelt). De collecties zijn essentieel voor de toekomst als bron van genetisch materiaal. Ook voor genetische manipulatie zijn de unieke eigenschappen van oude rassen interessant.
De eetbare siertuin
Moeten wij dit nu allemaal lijdzaam ‘slikken’. Nee, absoluut niet.
Vooral in onze eigen tuin en voor onze eigen voeding kunnen we heel veel doen. Het staat heel leuk en kleurig om zelf groenten en kruiden te verbouwen. Dat hoeft helemaal niet op rijtjes. Veel groenten staan prachtig in de siertuin. De bietjes met hun rode blad, de bloeiende bollen van prei en bieslook. Ook de tere dille en fijne venkel steken prachtig af in een bloementuin. En wat te denken van de statige, metershoge kardoen of artisjok.
Landrassen
Als je besluit wat groenten in je tuin te zetten, kies dan eens voor oude rassen. Je kunt deze herkennen aan hun naam. Oude rassen, de zogenaamde landrassen, hebben meestal een dubbele naam die iets zegt over hun herkomst of uiterlijk. ‘Dubbele boeren witte’, 'Zeeuwse 6-rijige’, of ‘Nijmeegse witte’ zijn voorbeelden hiervan. In de naam staat vaak de streek van herkomst ('Wieringer witte'), de kleur (karmozijn) of de vorm ('zwarte kogel’). De landrassen zijn wereldwijd ontwikkeld door de boeren zelf. Zo zijn er tienduizenden soorten ontstaan, ontwikkeld in India (rijst), Peru (aardappel), Mexico (maïs, bonen), Ethiopië (gerst). Overal op de wereld worden deze rassen bedreigd. In Mexico is de grootste genenbank van maïs vervuild door gentech-maïs. In India moeten boeren hun oude zaden inleveren als ze gentech-katoenzaad kopen.
 |
Cultureel erfgoed
Gelukkig zijn er steeds meer mensen en organisaties die zich inzetten voor het behoud van dit cultureel erfgoed. Omdat zaden leven is het voor hun voortbestaan belangrijk om ze geregeld uit te zaaien en weer nieuw, vers zaad te winnen. Dan kunnen ze zich ook aanpassen. Ons klimaat is. heel anders dan 100 jaar geleden. De genenbank doet dat ook, maar heel sporadisch. Meestal liggen de zaden echter als Doornroosje te slapen in hun droomloze slaap, bevroren bij vele graden onder nul. Te wachten om weer te mogen leven, wakker gekust te worden door een prins.
Er zijn verschillende organisaties die oude zaden aanbieden. De 'Nationale Proeftuin' geeft de mogelijkheid zaden aan te bieden en te ruilen. Het 'Genootschap voor Vergeten Groenten' zet zich in om oude rassen te verspreiden. 'De Oerakker' verbindt historische tuinen die oude rassen telen. Ook wij, 'De Godin, eetbaar landschap', zetten ons in voor vergeten groenten en bieden elk jaar een zadencollectie aan.
Veel plezier in de tuin!
© Monique Wijn, december 2008 |