Puur Zijn Nu Digitaal tijdschrift met een natuurlijke visie op gezond leven en bewust zijn. Bio/Eko Logisch
 Contact  Promotie Inhoud van deze editie Advertentie tarieven Advertentie pagina  Colofon Disclaimer Wie zijn wij © 2007-2011 Puur Zijn Nu





terug naar boven

         
             Eetbaar landschap: van fluitekruid tot paardebloem

           
                                                                                                                                                                      Monique Wijn

Het is ín, zelf je groenten kweken. Zaden en jonge plantjes zijn niet aan te slepen. Maar het zaaien, uitplanten, water geven en wieden kost veel tijd. Voedsel halen uit eigen tuin kan ook anders. Wilde planten komen vanzelf op, hebben (nauwelijks) verzorging nodig, geven een overvloed aan voedsel en blijken zo gezond te zijn, dat je ze gerust 'superfoods' mag noemen.

Onze oervoorouders kenden niet anders. Ze gingen niet naar een supermarkt, maar trokken door het land, op zoek naar vers groen, knollen, wortels, zaden en bessen. Ze lazen het landschap als een boek en kenden de juiste plekken om op tijd te zijn als bepaalde bessen rijp waren, of een bepaalde knol volgroeid. Nog eeuwenlang hebben mensen allerlei wilde planten verzameld, als aanvulling op hun dieet, maar tegenwoordig is dit gebruik grotendeels verdwenen.

Ondanks onze versteende omgeving zijn wilde planten nog overal te vinden. Langs wegkanten, tussen stoeptegels, in parken, gazons, op akkers, in tuinen. Ze komen met onstuimige kracht te voorschijn en een groot deel hiervan is eetbaar. Fluitenkruid, brandnetel, paardebloem en zevenblad bijvoorbeeld, zijn in overvloed te vinden en leveren heerlijke en gezonde gerechten op. Op sommige plekken wil je ze echter niet oogsten. Bijvoorbeeld waar auto's rijden of honden uitgelaten worden. Maar uit eigen tuin zijn ze prima te gebruiken.

Wilde voorouders
Wilde planten zijn de voorlopers of wilde verwanten van onze moderne groenten. Melde bijvoorbeeld, is familie, en een voorloper van spinazie. Al in de prehistorie werd het door mensen gebruikt. Toen de kruisridders spinazie meebrachten uit het nabije oogsten, werd deze als groente ingevoerd. De gewone mensen bleven tot ver in de Middeleeuwen melde eten, maar het werd langzamerhand als armenvoedsel beschouwd.
In de praktijk is de melde echter veel gezonder dan de spinazie, en veel makkelijker te 'verbouwen'. De aarde zit vol met zaden van deze inheemse plant, en zodra je in je tuin gaat spitten of omwoelen, ontkiemen ze met duizenden. Ze zijn veel sterker dan de geïmporteerde spinazie en overwoekeren deze al snel. Ze is nog veel gezonder ook. Melde bevat veel meer ijzer en eiwit en ook veel meer vitamine A, B en C en calcium. Het kan rauw worden gegeten, maar ook in soepen of bereid als spinazie.
Een andere wilde verwant van onze groenten is de oergezonde paardebloem, verwant aan sla, andijvie en cichorei.

Voedingswaarde
Uit modern onderzoek blijkt, dat onze voorouders zo gek nog niet waren. Onze huidige voeding is behoorlijk arm geworden aan voedingswaarde, maar wilde planten bevatten een overdaad aan vitaminen, mineralen en de zogenaamde fytonutriënten.
Heel belangrijk is op de eerste plaats het chlorofyl uit het groene blad. Met chlorofyl kunnen planten uit zonlicht glucose maken, de basisgrondstof voor al onze voedingsmiddelen. Het molekuul is bijna identiek aan ons hemoglobine, de rode kleurstof van onze rode bloedlichaampjes. Volgens sommige bronnen wordt het chlorofylmolekuul,    mits rauw gegeten, vrijwel in z'n geheel opgenomen en omgezet in hemoglobine.
Planten bevatten talloze andere stoffen, de zogenaamde fytonutriënten. De bekendste hiervan zijn de anti-oxydanten. Deze repareren kleine beschadigingen van het lichaam  als gevolg van straling, stress, electrosmog.
Maar ze bevatten ook natuurlijke antibiotica (weegbree), omega-vetzuren (teunisbloem) en nog duizenden andere stoffen, waarvan de werking soms nog niet bekend is.

Salvesterolen
Vrij nieuw is de ontdekking van de salvesterolen. Deze worden aangemaakt in planten als reactie op insektenvraat. Een afweermechanisme dus van de plant. Deze stoffen komen daarom alleen voor bij wilde planten en biologisch geteelde planten. Salvesterolen bieden echter mogelijk bescherming tegen kanker, doordat ze specifiek met tumorcellen een reactie aangaan.
Salvesterolen vind je vooral als bitterstoffen in voedingsmiddelen uit o.a. de koolfamilie (spruitjes, broccoli, maar ook herderstasje, rucola, waterkers) en de composietenfamilie (andijvie, witlof, maar vooral paardebloem). Bitter in de mond, maakt het hart gezond!

We staan aan het begin van een hele nieuwe fase in de voedingsleer, de ontdekking van de fytonutriënten. De wetenschap komt er steeds meer achter dat deze plantaardige voedingsstoffen van veel groter belang zijn voor het voorkomen en genezen van ziekten dan men eerst dacht.
Wilde planten, die deze in overvloed bevatten, kunnen hier een belangrijke bijdrage in leveren!


Wilde plantenrecepten:

Kleefkruidsmoothie
Het verse sap is bekend uit de natuurgeneeskunde als voorjaarskuur.
Doe een bos fijngesneden verse kleefkruid, 1 geprakte banaan, 1/2 gesneden avocado (of 2-3 eetlepels zonnebloemolie), citroensap van 1/2 citroen, 2 eetlepels honing of agavesiroop, mespuntje zout, 1 cm geraspte gember, wat geraspte citroenschil bij elkaar in een blender. Maak hiervan een gladde massa en voeg water toe tot een drinkbaar sapje.

Pesto van vogelmuur
Snijdt 50 gram vogelmuur fijn en wrijf dit in een vijzel met wat zout. Voeg 1 eetlepel pijnboompitten toe en wrijf deze mee fijn. Meng er 2 eetlepels notenolie (of andere olie) doorheen en breng op smaak met zeezout of versgemalen peper. Garneren met verse muur.

Over de auteur

Monique Wijn is bioloog en voedingskundige en gespecialiseerd in (tuinieren met) eetbare wilde planten. Ze geeft cursussen hierover en schreef een boekje met als titel 'salades van de godin'.