Het is maandag 14 december 2009, kwart voor zeven ’s avonds. De telefoon gaat. Het is Cor, een tante die ik juist een paar weken daarvoor sinds jaren weer had ontmoet.
Een fijne ontmoeting, in onze jonge jaren hadden we veel contact. De ontmoeting had op mijn verzoek plaatsgevonden. Ik had een paar maanden daarvoor tijdens een bezoek aan de graven van mijn opa en oma ontdekt dat de energie daar niet klopte.
Een week voordat ik Cor zou ontmoeten kwam ik tijdens een administratieve opruimactie een oud formulier tegen uit 1993. Ik had een kleine erfenis gekregen van een oudoom die kinderloos was overleden. Van de notaris die de zaak behartigde hadden wij een overzicht gekregen van alle erfgenamen. De erfenis kwam ons toe omdat onze vader al was overleden. Ik keek nog eens door de lijst met namen en kreeg het plotseling koud. Daar stonden onder de namen van mijn grootouders tien kinderen vermeld. Tien! Ik wist dat mijn vader echter twee broers en zes zussen had, negen kinderen in totaal. Ik keek naar de namen en ontdekte de naam van Leo. Een kind dat in de oorlog geboren was en maar vier dagen had geleefd. Oom Leo. Tijdens de ontmoeting komt dit uiteindelijk ter sprake. Ja, Cor en haar zus Jeanne wisten wel van de geboorte en dood van Leo. Doordat het kind maar kort had geleefd en het nu alweer zestig jaar geleden was, was Leo gewoon vergeten. Het doet pijn. Miskramen, te vroeg geboren en gestorven kinderen, doodgeboren kinderen, ze hebben toch allemaal een ziel die bij dit ontloken leven betrokken was. Ook bij het kind Leo en bij al die andere vergeten kinderzielen. We praten over Leo en het gezin waar mijn vader werd geboren en opgroeide. Het was een fijne en bijzondere ontmoeting die mij later een blij gevoel gaf.
 |
Cor vertelt tijdens het telefoongesprek dat onze ontmoeting veel bij haar en haar zus heeft losgemaakt. En ze belt nu op om te zeggen dat het 14 december is. Op deze dag wordt er in haar woonplaats in België om 19.00 uur in de avond voor elk vergeten zielenkind een kaarsje aangemaakt, om het zo te herdenken. Om zo de liefde voor het kind even zichtbaar te maken, voelbaar te maken in licht en warmte. Wellicht wilde ik ook een kaarsje aansteken. Dankbaar voor haar telefoontje leg ik neer, pak de hoorn weer op en bel mijn zus. Ook zij heeft vergeten kinderen, het kan nog net, het is nog geen 19.00 uur. Dan ga ik naar mijn altaarkastje waar ik zeven kaarsjes aanmaak, voor elk vergeten kind dat ik ken één. Dankbaar kijk ik naar het lopende vuurtje dat ontstaat. Elk kind heeft het recht om erkent en herdacht te worden.
In het voorjaar van 2010 bezoek ik nogmaals de graven van mijn oma en opa. Het is er rustig en stil en ik voel een fijne energie, die van vrede en liefde. |