Puur Zijn Nu Digitaal tijdschrift met een natuurlijke visie op gezond leven en bewust zijn. Ontspanning
 Contact  Promotie Inhoud van deze editie Advertentie tarieven Advertentie pagina Colofon Disclaimer Wie zijn wij © 2007-2011 Puur Zijn Nu
 
terug naar boven

Element Lucht
Lawv deelde eten uit en hielp daarna met zoeken. Ze vonden allemaal een edelsteen. “Prachtig,” mompelde Lalomn.
Na wat nakletsen gingen ze dicht tegen elkaar aan op het koude kleed liggen. “Welterusten,” zei Merse zacht. De anderen mompelden een antwoord. Niet lang daarna lag iedereen zachtjes te snurken.

“Halt! Ge bent aangehouden. Wij hebben nog een appeltje met u te schillen! Ge hebt onze meester neergestoken. Ú om precies te zijn!” De mannen uit de ondergrondse gang wezen naar Lalomn. Hij schrok. Wat… Hoe konden ze hen gevonden hebben? “Hebt ge nu belasting bij u, of wilt ge weer vechten?” “We hebben nog steeds niets anders dan onze kleding en zwaard. Maar dat geef ik niet af,” antwoordde Lawv. De mannen keken hem vals aan. “Dat wordt vechten. Maar niet met u! Met de jongen die onze meester heeft gedood. Voor wat hoort wat!” Lawv keek Lalomn twijfelend aan. “Doe je dat?” fluisterde hij. Lalomn knikte, “ik laat jullie niet stikken!”. Lawv schudde zijn hoofd, maar gaf toch zijn zwaard. Lalomn pakte het aan en ging tegenover de man staan. Op het moment dat de man zijn zwaard klaar hield, dacht Lalomn er opeens aan dat dit waarschijnlijk een droom was. Dadelijk werd hij wakker. Hij ging denken aan wakker worden. Dan hield de droom op. Maar het zwaard van de man kwam steeds dichterbij, en Lalomn werd maar niet wakker. Was het wel een droom…?

 “Lalomn, pas op!” riep Vwill. Het zwaard van de man tegenover Lalomn raakte hem bijna. Net op tijd weerde hij de slag af. Het werd een heftig gevecht. Als iemand de ander net op het verkeerde moment op de verkeerde plek raakte, was het afgelopen met diegene. Dat hadden ze wel gezien in de ondergrondse gang. Lalomn had zomaar een man gedood!
Na een tijd begonnen Lalomn en de man moe te worden. Vwill keek Lawv twijfelend aan. Hij knipoogde naar haar. “Het komt wel goed,” fluisterde hij. En hij kreeg gelijk. Na een tijdje sloeg Lalomn het zwaard uit de handen van de ander. Ging hij nu weer iemand doden? Gelukkig zei hij: “Ik zal je sparen. Ik houd er niet van om mensen te doden, ik doe het alleen als het noodzakelijk is. Nu niet dus. Maar onder één voorwaarde. Je laat ons vanaf nu met rust, heel onze reis lang. Ik zeg dus: Vaarwel en misschien tot ziens, maar dan als een vriend.” Lalomn knikte de man toe, raapte het zwaard op en gaf het terug. De man knikte kort. “Hetzelfde.”

Deel 3 Lucht
Aan het einde van het pad dat ze opliepen en de grot uitgingen, zagen ze de overgang. De overgang! Vwill wilde het wel uitschreeuwen, ze was de afgelopen dagen vaak misselijk geweest. En nu was het voorbij! Maar ze hield haar schreeuw in. “Wat is het volgende deel?” vroeg ze daarom maar. Lawv glimlachte naar haar. “Lucht,” zei hij, “Leuk hè?” Vwill knikte enthousiast. Dat was leuk! Ze zouden vast veel in de lucht zitten, en daar hield ze van.
Lawv liep een eindje door, naar een hutje. Het was van hout, en lichtblauw geschilderd. De vrouw in het hutje was heel slank, met een lichte huidskleur en licht haar. “Welkom,” zei ze vriendelijk, “Willen jullie naar het deel lucht?” Lawv en de anderen knikten. “Wie blijft er?” vroeg Lawv. Dat was snel geregeld. Lalomn zou blijven. Hij wilde gaan wonen bij de herbergier van “De elfenstap”. Iedereen nam afscheid van hem en ze liepen met de vrouw mee naar een ballon achter een bosje. Ze stapten in en stegen na wat gerommel op. Lalomn zwaaide hen uit.                                           

Na een tijdje vliegen kwamen ze bij een regenboog.Daar verdween het deel aarde in de mist. Ze gingen over de regenboog. Vwill boog over de rand van het mandje om de kleuren aan te raken, maar de vrouw hield haar tegen. “Dat is ooit één keer geprobeerd. En diegene boog te ver, viel uit de mand en werd nooit meer gezien. Niemand weet ook wat er onder deze regenboog is. Hier omheen is alleen mist, zie je?” Vwill ging snel weer terug in het mandje.
Ze vlogen nog een hele tijd omhoog. Daarna waarschuwde de vrouw dat ze omlaag gingen. Ze gingen richting deel lucht! Vwill werd helemaal blij. Ze zag dat Merse een beetje groen zag en glimlachte naar haar. Merse stond dicht tegen Praaik aan en merkte haar glimlach niet op. Zouden ze samen iets hebben? Het leek haar erg onlogisch. Ze waren heel verschillend.
“We gaan landen. Klaar?” Merse knikte zachtjes, maar Vwill zag het wel zitten. Even later sprong ze enthousiast uit het mandje. Maar het was helemaal niet zoals ze verwacht had. Ze stond op een soort groot rotsblok dat leek te zweven door de mist waar het in verdween. Het was bedekt met gras en smalle boompjes. Een eindje verderop stond een nieuwe, kleinere ballon klaar. Vwill zuchtte en keek Lawv aan. Hij knipoogde terug. Ze stapten in de ballon. Deze moest Lawv besturen. Ze stegen op en vlogen nu niet zo hoog. Onder hen schoven ‘zwevende’ rotsblokken voorbij. Vwill zuchtte. “Is heel het deel zo?” vroeg ze teleurgesteld aan Lawv. Hij schudde zijn hoofd. “Nee, maar ik ga je niet vertellen hoe wel. Wacht maar af.”

Vwill’s mond viel open. Dat was prachtig! Vanuit haar ooghoeken zag ze dat Praaik en Merse ook verbaasd waren. Het grote luchtpaleis, daar leek het tenminste op, was hoog met prachtige torens en ramen. Eromheen stonden huisjes. Overal liepen mensen rond. Ze hadden lichtblauwe gewaden aan en lichte huidskleur, net als zij.
Ze landden op een grote toren van het paleis. Vanuit daar gingen ze met een wenteltrap met zwevende treden naar beneden. Beneden was een grote hal met marmeren vloer en kroonluchters. Alles was doorzichtig, wit of lichtblauw. Er liepen mensen rond met dezelfde kleding als buiten, maar nu zag Vwill dat ze een zilveren bandje om hun hoofd hadden en aan de randen van de gewaden. Een man kwam naar hen toe met vier gewaden over zijn arm. “Daar kunt u even omkleden. Ik wacht voor de deur op u.” Lawv knikte en nam de gewaden aan. Nadat de deur van het vertrek gesloten was, zei Lawv: “Die man gaat jullie dadelijk een rondleiding geven en daarna komen jullie terug in deze kamer. Hier kun je een dutje doen. Dan gaan we wat eten. Bij de broer van de herbergier van ‘De elfenstap’ in Aarde. Oké?” De drie knikten.
“Hallo. Ik ga jullie een rondleiding geven door het paleis. Hebben jullie daar zin in?” Vwill knikte. Merse zag nog steeds groenig. Praaik kneep even in haar schouder, en knipoogde daarna naar Vwill. Tijdens de rondleiding kwam hij even naast haar lopen. “Merse was luchtziek, en nu nog steeds een beetje. Ik gelukkig niet, wat jij?” Vwill schudde haar hoofd. Ze mocht Praaik niet zo. Hij was ontzettend bijdehand dat zelfs Lawv af en toe geen antwoord had. En van Praaik’s ogen kreeg ze rillingen, ze leken overal door heen te kijken.
Praaik glimlachte en ging weer naast Merse lopen. Toen ze bij een zwembad kwamen, toverde hun gids twee blauwe bikini’s en een zwembroek en drie witte handdoeken tevoorschijn. “Willen jullie zwemmen?” Merse keek op, griste de bikini en een handdoek uit zijn handen en vroeg waar de kleedhokjes waren. De gids wees een beetje overdonderd. Ook Vwill en Praaik namen hun spullen en gingen. Even later lagen Merse en Vwill in het water. Praaik stond een beetje onwennig aan de kant. “Kom je?” riep Merse naar hem. Praaik schudde zijn hoofd. “Ik houd niet zo van water.”
Na een halfuurtje gingen ze er weer uit. Ze droogden zich af en trokken hun kleding aan. Vwill vroeg zich af waarom Praaik niet in het water kwam. Zij hield ook niet zo van water, maar ze ging wel zwemmen. Onder de rondleiding vroeg ze het hem, maar hij keek haar alleen vreemd aan.

Tijdens het lopen naar de eetzaal van het paleis genaamd ‘Elfenvleugels’, was Vwill opeens verdwaald. Ze keek om zich heen, maar Lawv, Praaik en Merse waren spoorloos verdwenen. Vwill vroeg aan een voorbijganger waar de eetzaal was. De man wist het niet. “Daar heb ik nog nooit van gehoord, en ik woon hier al 5 jaar!” zei hij. Vwill raakte in paniek. Zou het anders heten? Ze vroeg het aan de volgende voorbijganger, een oude vrouw. “Ja meisje, dat ken ik wel. Maar daar kan je echt niet zomaar naartoe hoor! Het is een soort privé eetzaal van de belangrijke mensen. Ben je soms bevriend met iemand, dat je er van weet? De meeste mensen hier weten niet eens dat het bestaat.” De vrouw keek haar vragend aan. “Ehm… Ik… Nou, Lawv is mijn reisleider. Hij zei dat we daar gingen eten, maar… kent u Lawv?” De vrouw glimlachte bij het horen van Lawv’s naam. “Ja kindje. Die ken ik wel. Heel erg goed. Ik breng je wel even naar de eetzaal.”
Ze liepen door gangen en gingen een aantal trappen naar beneden. Toen kwamen ze bij een grote, dikke, houten deur met een wachter ervoor. Hij keek wantrouwend naar Vwill, maar toen hij de vrouw zag liet hij hen binnen. Vwill was verbaasd.
Ze liepen een brede marmeren trap af. Aan het einde was weer een houten poort, maar deze was dunner en prachtig bewerkt. Ook hier stond een wachter, die hen doorliet nadat hij de vrouw zag.
Ze kwamen in een prachtige zaal. Er hingen kroonluchters aan het plafond, er stonden witte stoelen met bewerkte poten en zacht uitziende kussens bij een tafeltje. Het leek wel diamant! Er klonk zachte pianomuziek. “Is… is dit… het restaurant?” vroeg Vwill verbaasd aan de oude vrouw. Zij knikte. “Laten we Lawv gaan zoeken.”
Lawv zat ergens achteraan aan een tafeltje voor vier, vlakbij de piano.“Hallo,” zei Vwill zachtjes. Lawv keek op. “Hallo meisje. Was je verdwaald?” Vwill knikte beschaamd. “Maar hoe ben je dan binnengekomen? Dit is alleen voor belangrijke mensen.” Vwill keek achterom. “Deze mevrouw heeft me geholpen.” Lawv sprong op en omhelsde de vrouw. “Lalottu! Wat fijn om je eindelijk weer te zien! Ik had al een idee dat ik je snel zou tegenkomen. Wat heerlijk! Eet je mee?” Lalottu leek een beetje verlegen van de enthousiaste reactie van Lawv. Toch knikte ze. “Graag.” “Jongens, dit is Lalottu, een vriendin van me. Ze is een van de regeerders hier.” Lalottu glimlachte en ging tussen Lawv en Vwill zitten. “Volgens mij vind jij het hier wel leuk, is het niet?” vroeg ze Vwill. Vwill knikte. “Zou je hier willen blijven?” Vwill twijfelde. Ze wist niet hoe de andere twee delen zouden zijn. “Dat weet ik nog niet, mevrouw. Ik denk er de komende dagen nog over na.” Lawv knipoogde naar haar. “We blijven nog vier dagen, Lalottu. We hebben de tijd.” Lalottu glimlachte en stak een stukje gevogelte in haar mond. De anderen begonnen ook te eten.

Na een heerlijke maaltijd bij ‘Elfenvleugels’ ging de groep naar hun vertrek. Lawv stelde voor om te gaan slapen. De kinderen knikten.
De volgende dag gingen ze een speurtocht door de stad en het paleis doen. Daarna deden ze spelletjes met Lalottu. Na een lange nachtrust stonden ze de derde dag op. Lawv vertelde: “Vandaag doen we het rustig aan. Vanavond, of eigenlijk vannacht gaan we iets doen. Maar dat is nog een verassing.” Hij liet Vwill, Praaik en Merse de hele dag in spanning in hun kamer wachten. Lalottu kwam nog een keer langs om te zeggen dat ze zich moesten wassen en hun mooiste kleding aan moesten trekken. Vwill deed een lichtblauwe jurk aan en Merse een donkerblauwe. Praaik ging in het rood en oranje.
Zo gingen ze even later achter Lalottu naar beneden, dezelfde trap af als wanneer ze naar ‘Elfenvleugels’ gingen. Nu gingen ze een andere gang in, met aan het einde witte deuren. Ze waren ontzettend hoog en in het midden was een enorme elf afgebeeld. Eronder stond: ‘Omasioeno’. “Dit is de elf die hier woont. Hij woont bij de opperheerser en geeft hem en de andere heersers raad. Als dank voor zijn goede raad is hem een zaal geschonken, de Omasioeno zaal,” legde Lalottu uit, “misschien zie je hem nog wel.” Ze opende de deuren en liep naar binnen. Daar was het helemaal wit. De wanden waren ook met bloemen en elfen bewerkt. De vloer bestond uit lage, platte rotsen met plantjes ertussen. De muur bestond af en toe ook uit een streep rotsen. Één rots stak heel ver uit de muur en was plat aan de bovenkant. Op die platte bovenkant zat een elf. “Is dat Omasoen?” fluisterde Vwill. Lawv knikte. “Hij heet Omasioeno.”
De rest van de avond dansten ze. Vwill vooral met een knappe, lange jongen genaamd Roof. Ze kletsten en dansten. Af en toe dronken ze wat. Aan het eind van de avond was Vwill smoorverliefd.

Ze wist dat ze nog maar een dag zouden blijven en dat Lawv die misschien zou inkorten. Daarom had ze verdrietig een kwartier voor het feest afgelopen was afscheid genomen van Roof. Maar hij kwam naar haar toe na het afscheid. “We hebben nog een kwartier Vwill, en ik weet dat je morgen weg moet. Laten we daarom nu nog dansen voor zo lang het kan.” Hij keek haar smekend aan. Vwill glimlachte en liet zich door hem meenemen naar de dansvloer. Een kwartier later ging ze samen met Praaik, Merse en Lawv naar hun vertrek. Gek genoeg was ze niet verdrietig. De volgende dag wist ze waarom.
“Wie blijft er in het deel lucht?” vroeg Lawv. Vwill hoorde zichzelf langzaam “Ik,” zeggen. Lawv knikte. “ Bij wie blijf je, denk je?” “Bij Roof!” riep ze. Ze draaide zich om en daar stond Roof. Ze vloog hem om de hals. “Bedankt Lawv!” riep ze nog snel. Daarna ging ze samen met Roof en Lalottu naar binnen.          Aline Arts