“Dit is de toegangspoort tot andere dimensies, ook wel de poort van Osiris genoemd. Het is de bedoeling dat jullie een voor een in de opening gaan staan. Je voelt wel wanneer het goed is”, legt Ibrahim uit. Simon gaat eerst. Met zijn benen iets gespreid staat hij ruim tien minuten in de opening. Als ik plaatsneem in de poort voel ik dat ik me goed moet gronden, het lijkt wel of ik word opgetild. Ik voel mij licht in mijn hoofd en zwaai enigszins op en neer. Het lijkt wel of er een zachte wind om mij heen is. Ik voel duidelijk een andere liefdevolle energie en stem mij hierop af. De tijd staat stil, er is geen warm of kou, geen donker of licht. Ik ben me alleen bewust van mijn zijn hier, voor deze poort, nu.
“Simon, wat heb jij ervaren toen je in de poort stond?”, vraag ik hem.
“Ik kon niet stil blijven staan, het was net of ik opgetild werd. Maar het voelde wel goed, ik had er vertrouwen in dat het goed was. Ik kreeg de ingeving dat het licht in mij versterkt werd en ik even terug in de tijd ging, of de toekomst in, ik weet het niet zeker. Ik kan niet goed verklaren wat er eigenlijk gebeurde, alleen dat het goed is. En jij?”
“Hetzelfde als wat jij vertelt. Ik had het idee dat de tijd stil stond, vreemd. Ik denk dat het een goed idee is om even een kop koffie te gaan drinken, even weer goed met twee benen op de grond te komen,oké?”
Samen met Ibrahim, die op een afstand heeft staan kijken, lopen we over het terrein terug naar het café met terras. Het café ligt aan het meer dat onderdeel is van het tempelcomplex. Ibrahim heeft ons alleen gelaten, hij heeft een neef ontmoet en staat met hem te praten aan de rand van het meer. Als ik mijn aantekeningenboekje uit mijn rugzak wil pakken, zie ik onder ons tafeltje een hagedis zitten. Het is een prachtexemplaar, lichtbruin met donkere strepen over zijn rug. Hij heeft een lange staart.
“Kijk Simon, een hagedis onder de tafel.”
“Wat apart. Mooi, die strepen die over zijn hele lijf lopen. Hagedissen zijn dieren die een subtiele waarneming hebben. Ze voelen met hun voeten, staart en romp en nemen zo de trillingen in de grond waar. Ze hebben scherpe ogen en een goed gehoor. Op een of andere manier is het een dier dat helemaal in dit moment past”, vindt hij.
|