Voor andere mensen was Eva een kind met veel fantasie. Ze was altijd bezig met alles wat niet van deze wereld was. ”Ik had vriendjes die niemand anders kon zien. Ik hoorde veel van wat mensen dachten. Het verwarde mij dat dit niet altijd overeenkwam met wat ze vertelden. Ik kwam in aanraking met het spirituele en het hiernamaals nadat mijn broer gestorven was. Hij was tien toen hij verdronk, ik twee. Door deze ervaring sloot ik me af van anderen en werd een in zichzelf teruggetrokken, moeilijk te doorgronden kind”. Eva’s broer was er niet meer in levende lijve, toch praatte en speelde ze nog altijd veel met hem. Hij was jaren haar speciale vriend waar niemand iets vanaf wist. “Ik vertelde niets omdat ik dacht dat ze mij gingen uitlachen of denken dat het fantasie was”.
 |
Door de dood van haar zoon begon Eva’s moeder zich meer in het spirituele en paranormale te verdiepen. Ze bezocht paragnosten, ging naar paranormale beurzen, begon te mediteren en sloot zich aan bij een heksenkoven. Eva ging hier soms mee naartoe. In haar puberteit begon Eva meer na te denken over wat er allemaal was buiten de aardse/ materiële wereld, ze begon er vragen bij te stellen.
“Als puber was ik niet geïnteresseerd in merkkleren of make-up maar in hoe je kon praten met overledenen, edelstenen, geloof, ik speelde met tarot en orakelkaarten. Ik zocht de betekenis van mijn dromen, vroeg mij af wie die witte schimmen waren die ik overal zag, waarom ik iemand zijn diepste gevoelens aanvoelde zonder die persoon te kennen. Ik begon te beseffen dat mijn leven niet normaal genoemd kon worden. Grotendeels heb ik die zoektocht een paar jaar op mijn eentje gedaan. Af en toe ging ik met mama mee naar spirituele bijeenkomsten, maar daar haalde ik voor mezelf niet veel uit. De mensen op die bijeenkomsten hadden maar één antwoord: jij bent veel te jong, het kan niet dat jij kan aanvoelen of zien, je zweeft, het is fantasie. Daardoor begon mijn eigen zoektocht. Ik vroeg aan de engelen en zij gaven mij de antwoorden over alles wat ik wilde weten”.
“Zo leerde ik dat die engelen ook allemaal verschillend zijn. Er zijn grote en kleine. Ze stralen energie uit die in kleuren zichtbaar is als blauw of geel. Via meditatie en later door cursussen leerde ik over de Meesters en de Aartsengelen. Het engelensysteem is een beetje te vergelijken met een piramide. Iedere engel heeft een rang boven hem of onder hem. Zo kent iedereen aartsengel Michael wel. Die wordt door enorm veel mensen aanbeden. Hij kan echter niet overal tegelijkertijd zijn. Hij heeft massaal veel engelen onder hem heeft. Allemaal engelen dus van dezelfde energie, de blauwe engelengroep.” Hoe meer Eva met engelen bezig was, hoe meer zij zich verbonden voelde met de kosmos. Ze voelde dat ze een kanaal was en kreeg vertrouwen in de juistheid van haar geloof. Ze mocht vertrouwen op wat ze voelde en hoorde. Het was en is geen fantasie.
In 2004 werd Eva gevraagd of ze iemand kende die een wiccawinkeltje wilde overnemen. “Het eerste wat ik deed was naar mijn moeder gaan. Zij is mijn vertrouwenspersoon en de enige mens die mij al die jaren geloofde en trots op me was. Ons denken was blijkbaar hetzelfde. Beiden wilden we “De wicca” overnemen. De winkel hebben we in het begin gelaten zoals het was. Na een jaar hebben we de naam veranderd in De Engel. Sinds de naam veranderd is voelde ik eindelijk dat ik echt mijn ding kon doen. Werken met energieën, engelen, kaarten, edelstenen”.
De winkel bestaat voor Eva uit twee delen. Aan de ene kant het aardse, commerciële. Het met twee benen op de grond blijven. Waar mensen producten kunnen kopen zoals kruiden, thee, edelstenen, engeltjes, elfjes, boeken, wierook en meditatie cd's.
Het tweede deel is volledig toegewijd aan het Goddelijke. Het leggen van kaarten, fotoanalyse, praten met engelen, mensen uitleggen hoe ze met hun engelen en gidsen kunnen werken.
Meer informatie over het werk van Eva en haar winkel is te vinden op
|